Onderzoek & praktijk
Gebruiksaanwijzing van jezelf maken: zo schrijf je een personal user manual (+ voorbeelden)
Een praktische handleiding voor je personal user manual, gebruiksaanwijzing van jezelf of manual of me, met vragen, voorbeelden en valkuilen.
Een gebruiksaanwijzing van jezelf klinkt misschien alsof je een ingewikkeld apparaat bent. Dat ben je natuurlijk niet. Toch lopen veel samenwerkingen vast om dezelfde reden als een apparaat zonder handleiding: de ander moet door proberen en fouten ontdekken wat werkt.
Hoe geef jij het liefst feedback? Wat doe je als een deadline onzeker wordt? Denk je hardop of wil je eerst alleen nadenken? Wanneer lijk je kortaf terwijl je eigenlijk geconcentreerd bent? Zulke dingen zijn meestal niet geheim, maar ze worden zelden expliciet besproken.
Een personal user manual maakt ze zichtbaar. Je hoort ook namen als manual of me, persoonlijke gebruiksaanwijzing, manager README of gebruiksaanwijzing van jezelf. De vorm verschilt, het doel is hetzelfde: anderen sneller laten begrijpen hoe ze prettig en effectief met je kunnen samenwerken.
In deze gids laat ik zien hoe je er één schrijft die menselijk, concreet en bruikbaar blijft. Ik gebruik daarbij dezelfde opbouw als de Personal User Guide die wij genereren, want die opbouw is het resultaat van duizenden gesprekken over samenwerken.
Wat is een personal user manual?
Een personal user manual is een korte handleiding waarin je beschrijft hoe je werkt, communiceert, beslist en reageert onder druk. Je deelt patronen die anderen anders pas na maanden zouden ontdekken.
De tekst is een startpunt voor gesprek, geen contract. Mensen veranderen, situaties verschillen en niemand hoeft zich voor altijd aan één beschrijving te houden.
Waarom zou je een gebruiksaanwijzing van jezelf maken?
Nieuwe collega’s krijgen vaak een organogram, een lijst met systemen en een rondleiding. Wat ze niet krijgen, is informatie over de mensen met wie ze dagelijks moeten afstemmen. Daardoor leren ze de belangrijkste regels via kleine botsingen.
Een collega ontdekt pas na drie gemiste signalen dat jij stilte nodig hebt om na te denken. Jij ontdekt pas na een te directe boodschap dat ‘kort en duidelijk’ voor de ander zonder context onveilig voelt. Een manager ontdekt na weken dat jij bij een open opdracht niet vrijheid, maar vaagheid ervaart.
Een personal user manual verkort die leercurve. Hij helpt bij de start van een nieuw team, een eerste gesprek met een manager, onboarding, samenwerking op afstand en terugkerende irritatie over communicatie. De grootste winst is niet dat iedereen jouw voorkeur volgt, maar dat een verschil bespreekbaar wordt voordat iemand er een oordeel van maakt.
Begin niet met schrijven, begin met waarnemen
Veel manuals blijven vaag omdat mensen direct mooie zinnen proberen te maken. ‘Ik hou van open communicatie.’ ‘Ik ben resultaatgericht.’ Bijna niemand is daartegen. De lezer weet na zo’n zin nog steeds niet wat hij morgen anders moet doen.
Begin daarom met situaties waarin samenwerking goed of slecht ging. Schrijf per situatie op:
- Wat gebeurde er feitelijk?
- Wat deed jij?
- Wat dacht de ander waarschijnlijk dat jouw gedrag betekende?
- Wat betekende het voor jou?
- Welke kleine afspraak had geholpen?
Voorbeeld: je zei weinig in een brainstorm. De groep dacht dat je ongeïnteresseerd was. Jij probeerde verbanden te zien en wilde pas spreken als je gedachte klopte. De helpende afspraak: de vraag vooraf sturen en na de sessie ruimte geven voor een schriftelijke aanvulling.
Dat is bruikbaar materiaal. Stap drie is daarbij het belangrijkste, en precies daar draait de rest van dit artikel om.
De kern: zichtbaar gedrag plus hoe het misgelezen wordt
Toen we de Personal User Guide bouwden, viel één ding op. Losse eigenschappen helpen weinig. Wat mensen echt verder helpt, is telkens hetzelfde tweeluik:
- Wat anderen dagelijks van mij zien. Concreet gedrag, geen karaktereigenschap.
- Hoe datzelfde gedrag verkeerd gelezen kan worden. Niet als schuldbekentenis, maar als waarschuwing.
Daarom schrijft de gegenereerde guide per onderwerp letterlijk twee zinnen: ‘In het dagelijks leven kun je zien dat ik …’ en ‘Aan de andere kant kan ik ook worden gezien als iemand die …’. Dat tweede deel is het stuk dat mensen zelf bijna nooit opschrijven, en het is het stuk waar conflicten ontstaan.
Wij hangen dat tweeluik op aan de vijf dimensies van de Big Five. Elke dimensie is doorlopend: je zit ergens tussen twee polen, en beide polen hebben hun eigen kracht en hun eigen gebruiksrisico. Schrijf per dimensie de pool op die het meest bij jou past, plus één verzoek.
Openheid: behoudend of vooruitstrevend
Ben je vooruitstrevend, dan zien anderen dat je snel met nieuwe ideeën komt, van concepten houdt en complexiteit niet erg vindt. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: snel verveeld, vernieuwen om het vernieuwen, dagdromen zonder plan.
Ben je behoudend, dan zien anderen dat je praktisch werkt, routine op prijs stelt en dingen graag laat zoals ze zijn. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: star, weinig oog voor het grotere plaatje, moeilijk mee te krijgen in verandering.
Ik noem in een overleg graag drie alternatieven. Dat betekent niet dat ik het besluit wil openbreken. Zeg gewoon dat de richting vaststaat, dan schakel ik naar uitvoeren.
Zorgvuldigheid: flexibel of gefocust
Ben je gefocust, dan zien anderen dat je doelgericht werkt, precies bent, vooruit plant en weloverwogen beslist. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: bazig, perfectionistisch, iemand die niet kan stoppen.
Ben je flexibel, dan zien anderen dat je spontaan bent, veel tegelijk oppakt en je niet laat verlammen door onzekerheid. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: uitstellen, slecht georganiseerd, te weinig oog voor risico.
Ik vraag vroeg naar planning en eigenaarschap. Dat is geen wantrouwen. Als je zegt wanneer je het zelf oppakt, laat ik het los.
Extraversie: rustig of uitbundig
Ben je uitbundig, dan zien anderen dat je enthousiast bent, in groepen het woord neemt, snel de leiding pakt en tempo maakt. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: druk, te uitgesproken, over anderen heen praten.
Ben je rustig, dan zien anderen dat je stil bent in gezelschap, de leiding aan anderen laat en liever schrijft dan spreekt. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: afstandelijk, ongrijpbaar, niet betrokken.
Ik zeg in een grote vergadering weinig. Dat is geen desinteresse. Stuur de vraag vooraf of vraag me expliciet, dan heb ik een uitgewerkt antwoord.
Meegaandheid: competitief of meelevend
Ben je meelevend, dan zien anderen dat je helpt, je inleeft, mensen op hun gemak stelt en snel vergeeft. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: confrontaties vermijden, jezelf wegcijferen, vooral aardig willen zijn.
Ben je competitief, dan zien anderen dat je zelfstandig opereert, direct communiceert en niet alles voor zoete koek aanneemt. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: koppig, kort door de bocht, weinig geïnteresseerd in de ander.
Ik zeg meestal niet meteen dat ik het ergens niet mee eens ben. Vraag me daarom aan het eind rechtstreeks wat ik ervan vind, dan zeg ik het wel.
Emotionele gevoeligheid: onverstoorbaar of gevoelig
Ben je gevoelig, dan zien anderen dat je risico’s vroeg opmerkt, je zorgen maakt en soms fel reageert. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: rusteloos, lichtgeraakt, humeurig.
Ben je onverstoorbaar, dan zien anderen dat je kalm blijft, in oplossingen denkt en moeilijk te ontmoedigen bent. Datzelfde gedrag wordt gelezen als: te relaxed, onverschillig, ongevoelig voor wat er speelt.
Als het spannend wordt, word ik juist stiller en zakelijker. Dat betekent niet dat het me koud laat. Vraag me wat er volgens mij fout kan gaan, dan komt het er alsnog uit.
Een kort voorbeeld
Hieronder staat een compacte gebruiksaanwijzing die de vijf dimensies volgt. Gebruik de structuur, niet de woorden.
Openheid: vooruitstrevend
Je ziet dat ik graag alternatieven bedenk en snel nieuwe richtingen voorstel. Dat kan overkomen als eindeloos willen veranderen. Zeg wanneer een besluit staat, dan stop ik met opties aandragen.
Zorgvuldigheid: gefocust
Je ziet dat ik plan, afspraken naga en details wil kloppend hebben. Dat kan aanvoelen als controle. Vertel me welke details echt tellen, dan laat ik de rest gaan.
Extraversie: rustig
Je ziet dat ik in grote groepen weinig zeg en liever schrijf. Dat kan lijken op afstand houden. Vraag me na een overleg om een korte schriftelijke reactie.
Meegaandheid: competitief
Je ziet dat ik direct ben en aannames hardop bevraag. Dat kan hard klinken. Zeg het meteen als mijn toon te scherp is; ik pas liever mijn vorm aan dan dat jij ermee blijft zitten.
Emotionele gevoeligheid: onverstoorbaar
Je ziet dat ik rustig blijf als iets misgaat. Dat kan overkomen alsof ik het niet serieus neem. Vertel me wat de impact op jou is, want dat zie ik niet altijd zelf.
Dit werkt omdat elk onderdeel waarneembaar gedrag, een mogelijke misinterpretatie en een verzoek bevat.
Vijf valkuilen
Je schrijft een reclamefolder
Alleen sterke kanten noemen maakt je manual ongeloofwaardig. Beschrijf per dimensie ook de andere kant. Niet als schuldbekentenis, maar als eerlijke waarschuwing.
Je maakt anderen verantwoordelijk voor jouw gedrag
‘Stoor me nooit als ik focus’ is een eis. ‘Vraag bij spoed of ik nu kan schakelen; anders plan ik een moment’ is een werkbare afspraak.
Je gebruikt labels zonder vertaling
‘Ik ben introvert’ of ‘ik ben een ENFP’ vertelt weinig over een concrete dinsdagmiddag. Ook ‘gefocust’ of ‘meelevend’ zegt nog niets. Vertaal elk woord naar gedrag dat iemand kan zien.
Je schrijft te veel
Vijf korte stukken zijn genoeg. Begin met één pagina en houd per dimensie drie regels aan.
Je behandelt de tekst als definitief
Plan na een maand een kort gesprek: wat hielp, wat klopte niet en wat ontbreekt? Werk je manual ook bij na een nieuwe rol of een terugkerend conflict.
Zo bespreek je de manual met je team
Stuur niet alleen een document rond met ‘vragen zijn welkom’. Maak er een wederzijds gesprek van. Geef iedereen tijd om zijn eigen handleiding voor te bereiden en bespreek per persoon maximaal drie punten:
- Wat moeten we zeker weten?
- Waar kunnen we jou verkeerd begrijpen?
- Welke afspraak wil je met dit team testen?
Laat collega’s vragen stellen, maar voorkom dat iemand zijn voorkeur moet verdedigen. Het doel is begrijpen en afstemmen. Spreek daarna één teamexperiment af, bijvoorbeeld vragen vooraf delen, besluiten altijd noteren of feedback niet opsparen tot een gepland gesprek.
Voor een werkomgeving kun je de guide voor werk gebruiken. Dezelfde aanpak werkt met andere vragen ook in familie, relaties, sportteams en persoonlijke ontwikkeling.
Zelf schrijven of laten genereren
Zelf schrijven werkt. Je doet dan wel met de hand wat de tool automatisch doet: je bepaalt zelf waar je op elke dimensie zit, je bedenkt zelf welk gedrag anderen zien en je verzint zelf hoe dat misgelezen kan worden. Dat is lastig, omdat je eigen blinde vlek per definitie de plek is waar je niet kijkt.
De gegenereerde Personal User Guide slaat die stap niet over, maar baseert hem op een gevalideerde Big Five-test in plaats van op zelfbeeld. Op basis van je scores kiest hij per dimensie de juiste pool en schrijft hij beide kanten uit, in dezelfde vorm die je hierboven ziet. Wil je zien hoe dat verloopt, dan kun je stap voor stap je Personal User Guide maken.
Beide routes eindigen op dezelfde plek: het profiel geeft taal aan je voorkeuren, en de echte waarde ontstaat wanneer je die taal omzet in afspraken.
Maak het klein genoeg om vandaag te beginnen
Je hoeft jezelf niet volledig te begrijpen voordat je begint. Neem één dimensie, bijvoorbeeld de dimensie waarop je het vaakst wordt misbegrepen, en schrijf drie regels:
- Wat anderen mij dagelijks zien doen, is …
- Dat wordt soms gelezen als …
- Wat mij helpt, is dat je …
Vraag daarna één collega of naaste: ‘Herken je dit? Wat mis je?’ Die vraag maakt van zelfbeeld gedeelde kennis. Een gebruiksaanwijzing van jezelf is uiteindelijk geen tekst over jou. Het is gereedschap voor de relatie tussen jou en de mensen met wie je iets wilt maken.
Verder lezen
Bekijk wat 2.705 persoonlijkheidsprofielen laten zien over samenwerken en ontdek daarna welke profielcombinaties het meest en het minst voorkomen.
Reacties
Nog geen reacties. Plaats de eerste.