Blog

Nieuwe vragen bij oude ervaringen: behoudend en nieuwsgierig

Hoe werken een behoudend en een nieuwsgierig persoon samen? Maak eerdere ervaringen bruikbaar voor nieuwe vragen, zonder het verleden of een alternatief voorrang te geven.

Een behoudend en een nieuwsgierig persoon kunnen goed samenwerken wanneer eerdere ervaring helpt om nieuwe vragen te beoordelen. Daarvoor moet duidelijk worden wat er eerder gebeurde, onder welke omstandigheden en wat een nieuw voorstel werkelijk anders maakt. Zo krijgt een vertrouwde aanpak een inhoudelijke onderbouwing en krijgt een alternatief een eerlijke beoordeling. Geen van beide hoeft alleen op vertrouwdheid of aantrekkelijkheid te worden gekozen.

De spanning kan beginnen met een korte uitwisseling. De ene collega vraagt of iets anders kan. De andere antwoordt: “Dat hebben we al geprobeerd.” In die reactie kan belangrijke kennis zitten. Tegelijk blijft voor de vraagsteller onduidelijk of dezelfde oplossing is geprobeerd, of alleen iets dat erop lijkt. De samenwerking wordt beter bespreekbaar als die ontbrekende context het onderwerp wordt.

Wat betekenen behoudend en nieuwsgierig?

Behoudend en nieuwsgierig horen in de persoonlijke guide bij ideeën en verandering. Een behoudend persoon bouwt graag voort op bekende mogelijkheden en concrete toepassingen. Een behoudsgerichte, praktisch ingestelde aanpak kan aandacht geven aan wat zich al heeft bewezen. Bekendheid alleen vertelt echter niet of een werkwijze nog bij de huidige opdracht past.

Een nieuwsgierig persoon verkent mogelijkheden en zoekt een verbinding met de praktijk. Onderzoekend, leergierig en geïnteresseerd zijn verwante woorden, zolang ze geen belofte van voortdurend vernieuwen worden. De nieuwsgierige voorkeur ligt tussen behoudend en vooruitstrevend. Zij betekent dus niet dat ieder bestaand proces vervangen moet worden.

Behoudend: voortbouwen op het bekende
Nieuwsgierig: mogelijkheden onderzoeken

Dit zijn twee posities op hetzelfde onderwerp, geen twee uitersten en geen volledige beschrijving van personen. Een behoudend persoon kan een nieuw idee aandragen; een nieuwsgierig persoon kan adviseren om het bestaande te houden. Wie het meeste van een werkwijze weet, volgt uit ervaring en betrokkenheid, niet uit het voorkeurwoord.

De uitleg over openheid in de Big Five geeft de achtergrond. De basisartikelen over verandering met een behoudend persoon en problemen oplossen met een nieuwsgierig persoon behandelen invoeren en onderzoeken. Hier staat het gesprek tussen beide centraal wanneer het verleden meeweegt in een nieuwe keuze.

Vanuit behoud: eerdere inspanning verdient aandacht

Een voorstel kan eruitzien als een nieuwe kans en voor iemand anders een herhaling van herstelwerk oproepen. Misschien kostte een eerdere aanpak extra voorbereiding, vielen uitzonderingen buiten beeld of moesten collega's achteraf verwachtingen rechtzetten. Een praktisch ingestelde collega kan zulke gevolgen benoemen voordat hetzelfde werk opnieuw wordt gedaan.

Dat is een bijdrage die ruimte verdient. Ervaring hoeft niet in een rapport te staan om het bespreken waard te zijn. Een concrete herinnering aan een misgelopen overdracht kan genoeg zijn om een relevante vraag te stellen.

De grens ligt bij de conclusie. “Het werkte toen niet” beschrijft een uitkomst, maar verklaart haar nog niet. Lag het aan de methode, de voorbereiding, de doelgroep of iets dat niet meer te reconstrueren is? Als dat onbekend blijft, is de ervaring een aanwijzing voor nader onderzoek. Zij is nog geen sluitend antwoord op elk voorstel dat erop lijkt.

Vanuit nieuwsgierigheid: een vraag verdient context

Een onderzoekende collega kan willen begrijpen waarom een vaste stap bestaat of waarom een mogelijkheid eerder is afgevallen. Zo'n vraag hoeft geen afwijzing te zijn van het werk dat eraan voorafging. Zonder de reden achter een besluit is het lastig om te herkennen wanneer dezelfde afweging opnieuw geldt.

Vanuit dit perspectief helpt een antwoord dat de oorspronkelijke situatie terughaalt. Dan hoeft de nieuwsgierige collega niet te kiezen tussen stilzwijgend meegaan en blijven aandringen. De vraag kan specifieker worden: welk onderdeel van de eerdere aanpak veroorzaakte het probleem, en komt dat onderdeel in het nieuwe voorstel terug?

Ook de vraagsteller heeft daarin werk te doen. “Deze keer is het anders” is onvoldoende als niet wordt uitgelegd welk verschil relevant is. Een andere naam, leverancier of presentatie verandert niet vanzelf de oorzaak van een eerdere mislukking. Nieuwsgierigheid wordt bruikbaar wanneer zij een gerichte vraag toevoegt aan wat al bekend is.

Een oude uitkomst is nog geen verklaring

Beide perspectieven kunnen samen een kort overzicht maken van drie soorten informatie: wat is waargenomen, welke verklaring is aannemelijk en wat is nog onbekend? Daarmee hoeft een herinnering niet te worden weggewuifd, maar krijgt een vermoeden ook niet ongemerkt de status van een feit.

Neem een overlegvorm die eerder weinig opleverde. Dat deelnemers nauwelijks iets inbrachten, kan zijn waargenomen. Dat de open vorm daarvan de oorzaak was, is een mogelijke verklaring. Of vooraf gedeelde vragen verschil zouden maken, kan nog onbekend zijn. Die drie uitspraken vragen niet om dezelfde zekerheid.

Dezelfde zorgvuldigheid geldt voor het alternatief. Dat een andere afdeling ermee werkt, zegt zonder context weinig over de eigen situatie. Het gesprek wordt gelijkwaardiger als eerdere teleurstelling en nieuwe belangstelling allebei worden vertaald naar informatie die de gezamenlijke opdracht raakt.

UitspraakOntbrekende contextBruikbare vervolgvraag
“Al geprobeerd”Aanpak en omstandighedenWat gebeurde er precies?
“Nu is het anders”Relevant verschilWelk bezwaar vervalt daardoor?
“Het werkt gewoon”Opbrengst en beperkingenVoor welke situaties geldt dat?
“Elders lukt het wel”VergelijkbaarheidWat komt met ons werk overeen?

De tabel is een hulpmiddel voor het gesprek. Zij bewijst niet waarom iemand een uitspraak doet en verplicht niemand om een volledig onderzoek te beginnen.

Voorbeeld: een kennissessie opnieuw bekijken

Twee collega's bereiden een maandelijkse kennissessie voor. De vaste aanpak bestaat uit een presentatie met vragen aan het einde. Er komt een voorstel om een praktijkvraag van de deelnemers centraal te zetten. Daarop volgt de reactie dat een eerdere open sessie weinig heeft opgeleverd.

Bij het terughalen van die bijeenkomst blijkt dat deelnemers geen vraag hadden voorbereid. De begeleider moest ter plekke kiezen uit losse onderwerpen, terwijl een deel van de groep de basis nog niet kende. De presentatievorm is daarna ingevoerd om iedereen hetzelfde vertrekpunt te geven.

Die geschiedenis maakt een belangrijk bezwaar zichtbaar: een sessie mag geen voorkennis veronderstellen die ontbreekt. Zij bewijst nog niet dat werken met een praktijkvraag onbruikbaar is. Het nieuwe voorstel wordt daarom concreter: vooraf wordt één vraag verzameld en gekozen, en de uitleg van de benodigde basis blijft onderdeel van de bijeenkomst.

Beide collega's kunnen nu beoordelen of dit voorstel het eerdere bezwaar werkelijk opvangt. Als de benodigde voorkennis niet vooraf te bepalen is, blijft dat een open punt. Als de vaste presentatie juist vragen onbeantwoord laat, hoort ook dat bij de afweging. Er hoeft nog geen voorkeur voor een werkvorm te worden uitgesproken om de kwaliteit van het voorstel te verbeteren.

De bijdragen zijn uitwisselbaar. De behoudende collega kan de geschikte praktijkvraag aandragen; de nieuwsgierige collega kan ontdekken dat de presentatie voor deze groep het beste past. Het gesprek draait om de aansluiting bij de deelnemers, niet om wie namens behoud of vernieuwing hoort te winnen.

Niet iedere vraag hoeft een besluit te heropenen

Uitleg vragen en een wijziging voorstellen zijn verschillende handelingen. Een collega mag de achtergrond leren kennen zonder daarmee automatisch een nieuw project te starten. Anders wordt informatie delen onnodig zwaar: iedere vraag lijkt extra werk of een verzoek om eerdere keuzes te verdedigen.

Andersom mag “alleen een vraag” geen manier worden om een afgesproken aanpak tijdens de uitvoering telkens ter discussie te stellen. Wanneer een alternatief extra voorbereiding, capaciteit of een nieuw besluit vraagt, moet dat zichtbaar worden. De vraagsteller benoemt dan wat er volgens het voorstel zou veranderen.

Na een inhoudelijke beoordeling kan worden vastgelegd waarom een mogelijkheid afvalt en welke aanname daarbij doorslaggevend is. Een later gesprek kan op die aanname aansluiten. Dat voorkomt zowel een eindeloze herhaling van hetzelfde voorstel als een permanent verbod op een idee waarvan de omstandigheden inmiddels zijn veranderd.

Drie afspraken voor ervaring én onderzoek

  1. Een eerdere poging krijgt context. Bij een verwijzing naar het verleden worden de aanpak, omstandigheden en waargenomen uitkomst genoemd. Wat niet meer bekend is, blijft als onbekend genoteerd.
  2. Een alternatief benoemt het relevante verschil. Het voorstel legt uit welk eerder bezwaar wordt opgevangen, welk bezwaar blijft bestaan en waar nog informatie ontbreekt.
  3. Een afgeronde afweging blijft terugvindbaar. De reden voor behouden of veranderen wordt kort vastgelegd, met de aanname die een later besluit opnieuw relevant kan maken.

Deze afspraken maken behoudend en nieuwsgierig samenwerken concreet zonder één van beide voorkeuren tot een vaste rol te maken. Een vergelijking van persoonlijke guides kan verschillen bij ideeën en verandering zichtbaar maken naast overeenkomsten op andere onderwerpen. Personal User Guide voor werk biedt taal voor dat gesprek. De inhoudelijke stap is één oude ervaring kiezen en samen vaststellen wat die voor de huidige vraag wel en nog niet vertelt.

Hoe nuttig was dit artikel?

Geef 1 tot 5 sterren.

Reacties

Nog geen reacties. Plaats de eerste.

Je e-mailadres gebruiken we alleen voor je avatar en publiceren we nooit.